Driegoten nr. 89

Villa Drijgoten, gelegen aan een kleine zijweg van de straat vlakbij het veer van Driegoten en die noordwaarts aansluiting geeft met het wandelpad op de Scheldedijk.

Op 29 april 1898 werd beslist de Schelde ter hoogte van drygoten over een lengte van 1000 m recht te trekken. De vaargeul werd 200 m verlegd. Bij het graven van een volledige nieuwe bedding werden hier vier bochten weggewerkt.

De werken waren voltooid in 1902. Om de werken ter plaatse te kunnen opvolgen bouwde de aannemer Georges Ritte uit Schaarbeek een huis aan de Schelde oever. Als locatie koos hij de gedempte kleine inham op de linker Scheldeoever. Bij de start van de bouwwerken werden grote eiken palen in de ondergrond geheid. Volgens kadastergegevens werd de villa in 1903 als nieuw gebouwd huis met lusttuin genoteerd en volgens oude prentkaarten was het huis van baksteen en hout gebouwd in cottagestijl.

Tijdens Wereld Oorlog I werd het huis door de Duitsers bezet om van daar uit de controle over het scheepvaartverkeer te kunnen uitoefenen. Waarschijnlijk nog tijdens het Interbellum en ook na Wereld Oorlog II (in de periode midden de jaren 1940 – begin jaren 1950), vonden er aanpassingswerken plaats waarbij het huis ook werd vergroot.

Onderkelderde bakstenen woning met een rechthoekig hoofdvolume van twee bouwlagen onder opvallend overstekend pannen wolvedak voorzien van gewitte houten afwerking met daklijstbalkjes en schoren. Op beide afgeknotte zijgeveltoppen is de huisnaam in geëmailleerde letters aangebracht op de decoratief uitgesneden houten dakrand. Vlaggenstokhouder in sierlijk ijzerwerk onder het zoldervenster van de zijgevel uitziend op de Schelde.

De herstellingswerken aan de villa gingen gepaard met vervanging van het meeste aanvankelijke vakwerk door metselwerk waardoor het oorspronkelijke voorkomen van de cottagebouw deels verloren ging. De geveltop uitziend op de Schelde is nog met houten vakwerk uitgevoerd, evenals de centrale dakvensters van beide lijstgevels. Het uitzicht van de villa wijzigde ook door het verwijderen van houten balkons en de terrasbalustrade van de uitbouw met voordeur, het verlagen van de bovenvensters; voorts ook door de verhoging van de uitbouw aan de voorgevelzijde en door een aanbouw met portiek tegen de tuingevel. Vernieuwd houtwerk. Dubbele deur in oksel onder houten luifel met leien. In aanbouwsel van achtergevel rond glasraampje met zeilboot, naar verluidt van circa 1945.

Interieur. In de kelderverdieping was een regenwaterput, een kolenkelder, een stookkelder, een wijnkelder en een leefruimte voor het personeel met betegelde wanden. Inkom met mozaïekvloer. Gerestaureerde aankleding (deels vervangen) met onder meer neoclassicistische stucornamentiek in de inkom en aan plafonds, enkele marmeren schouwmantels. Aanhorigheden. Toegang tot de omringende tuin via een een houten overluifelde poort in art nouveaustijl met zonmotief, grotendeels gereconstrueerd naar oorspronkelijk model. Vroegere gaslantaarn aangekocht bij de Antwerpse Gasmaatschappij. De voormalige hooiberging voor de paarden achterin de tuin werd in identieke stijl wederopgebouwd als houtopslagplaats, een eiken constructie onder leien dak. Vijf meter lager gelegen lusttuin van de villa afgescheiden door de openbare weg. In 1910 liet eigenaar G. Ritte, een betonnen brug bouwen over deze weg en over de aanpalende vijver. De brug is 40 m lang, de trappen met drie overlopen worden ondersteund door 12 betonnen palen, de trappalen zijn bekroond met stenen siervazen. In de vijver, een restant van de dijkbreuk die in 1763 de zogenaamde derde goot uitspoelde, staat een beeld van een meisje met paraplu op een cementen rotspartij.